Access

You are not currently logged in.

Access your personal account or get JSTOR access through your library or other institution:

login

Log in to your personal account or through your institution.

If You Use a Screen Reader

This content is available through Read Online (Free) program, which relies on page scans. Since scans are not currently available to screen readers, please contact JSTOR User Support for access. We'll provide a PDF copy for your screen reader.

Buytewech en Frisius

H. VAN DE WAAL
Oud Holland
Vol. 57, No. 3/4 (1940), pp. 123-139
Published by: Brill
Stable URL: http://www.jstor.org/stable/42710364
Page Count: 17
  • Read Online (Free)
  • Download ($34.00)
  • Subscribe ($19.50)
  • Cite this Item
Since scans are not currently available to screen readers, please contact JSTOR User Support for access. We'll provide a PDF copy for your screen reader.
Preview not available
Preview not available

Abstract

Dr. J. F. M. Sterck schrijft naar aanleiding van het artikel van Dr. Bredius over het schilderij van Ostade met de familie de Goyer—Questiers (sie Oud-Holland 1939, afl. VI) over de daarop voorkomende personen nog het volgende in de Maas bode van 31 December 1939: „Op het schilderij sit de Heemsteedsche schout Hendrik de Goyer, dus een officieel hervormde naast zijn vrouw uit het goed Katholieke Amsterdamsche geslacht Questiers, en Catharina Questiers, waarschijnlijk haar suster. Van de laatste schrijft Dr » Bredius dat sij aardige etsjes maakte. Ik vond in een brief van J. van der Burgh aan Const. Huygens opgenomen in „Vondelbrieven“ (W. B. 1935, pl. 130) nog het volgende over dese kunstenares, die Alberdingk Thym ook in zijn Verspreide Verhalen vermeldde. De Fransche brief volgt hier vertaald: „De dame die sich heeft ingespannen om uw werken te bekronen (met een lofdicht op diens „Korenbloemen") is de groóte diksak van Amsterdam; zij is de dochter van een loodgieter die in de Warmoesstraat woont en sich inlaat met schilderen, beeldhouwen en met verschillende andere lieve dingen (gentillesses)". Op de bedoelde schilderij staat Ostade achter haar als een statige ernstige man met de linkerhand op het hart, maar sijn lief de was elders geplaatst. Dr. Bredius vond hoe hij in 1657 ten tweeden male in het huwelijk treedt en wel met de jonge dochter Anna Ingels. Een jonkvrouw uit dit vroom Katholieke geslacht sou haar hand seker niet geven aan een niet-Katholiek. Maar nu was sijn suster Maeyken Jsdr. van Ostade gehuwd met den Haarlemschen stadssecretaris Barent van Bosvelt, uit een bekend, in de 17de eeuw hervormd, regentengeslacht en toch in 1650 wordt de katholieke oom Adriaen van Ostade tot voogd benoemd over de vaderloose vijf kinderen van Van Bosvelt, die mogelijk door de moeder katholiek sijn groot gebracht. De akten van Dr. Bredius geven nog gelegenheid eenige saken recht te setten. In zijn „Geschiedenis van het Maagdenhuis“ meende Th. van Rijckevorsel, dat de Anna Ingels die Ostades huisvrouw werd, de dochter was van den schilder Jan Jss. Ingels, die door Vondel in sijn „Maydeuntjes" als een „lokkend nachtegaaltje" besongen werd.... (uit de acten blijkt dat Reinier Ingels Ostades schoonvader was). Dese gehuwde Reinier geeft den kunsthistorici den Reinier Ingels in handen, die Staat afgebeeld midden tusschen de schutters van Rembrandts Nachtwacht als een onsterfelijk voorbeeld van goede verhouding tusschen 17de eeuwsche hervormden en katholieken."

Page Thumbnails

  • Thumbnail: Page 
123
    123
  • Thumbnail: Page 
124
    124
  • Thumbnail: Page 
125
    125
  • Thumbnail: Page 
126
    126
  • Thumbnail: Page 
127
    127
  • Thumbnail: Page 
128
    128
  • Thumbnail: Page 
129
    129
  • Thumbnail: Page 
130
    130
  • Thumbnail: Page 
131
    131
  • Thumbnail: Page 
132
    132
  • Thumbnail: Page 
133
    133
  • Thumbnail: Page 
134
    134
  • Thumbnail: Page 
135
    135
  • Thumbnail: Page 
136
    136
  • Thumbnail: Page 
137
    137
  • Thumbnail: Page 
138
    138
  • Thumbnail: Page 
139
    139