Access

You are not currently logged in.

Login through your institution for access.

login

Log in to your personal account or through your institution.

Jean-Philippe Rameau, 1683-1764. Een kennismaking

Jean-Philippe Rameau, 1683-1764. Een kennismaking

Ignace Bossuyt
Copyright Date: 2013
Pages: 256
Stable URL: http://www.jstor.org/stable/j.ctt9qf1f3
Find more content in these subjects:
  • Cite this Item
  • Book Info
    Jean-Philippe Rameau, 1683-1764. Een kennismaking
    Book Description:

    Met 'Jean-Philippe Rameau, 1683-1764. Een kennismaking' schreef Ignace Bossuyt de eerste monografie in het Nederlands over Rameau als componist. De auteur situeert Rameaus oeuvre binnen de context van zijn tijd en bespreekt op een toegankelijke manier representatieve werken uit alle muziekgenres waarin hij actief was. Met deze kennismaking plaatst Bossuyt het fascinerende, maar nog te weinig bekende oeuvre van deze Franse barokcomponist in de kijker en gidst hij de luisteraar vakkundig door het muzikale landschap van het laatbarokke Frankrijk.

    eISBN: 978-94-6166-083-1
    Subjects: Music
    × Close Overlay

Table of Contents

Export Selected Citations
  1. Front Matter (pp. 1-4)
  2. Table of Contents (pp. 5-6)
  3. Aan de lezer (pp. 7-14)
    Ignace Bossuyt

    Herdenkingsjaren zijn ideale momenten om componisten en hun werk voor het voetlicht te brengen, zeker als het om figuren gaat die ten onrechte tussen de plooien van de geschiedenis zijn gevallen of die, ondanks de kwaliteit van hun productie, te weinig aandacht kregen. Tot deze laatste categorie behoort ongetwijfeld Jean-Philippe Rameau, de centrale figuur van de laatbarok in Frankrijk en tijdgenoot van Johann Sebastian Bach en Georg Friedrich Haendel. In 2014 herdenken we dat hij tweehonderdvijftig jaar geleden is gestorven.

    Rameau was een langer leven gegund dan zijn twee Duitse collega’s: hij werd geboren in 1683, twee jaar voor Bach...

  4. Kroniek (pp. 15-36)

    Over de eerste veertig jaren van het leven van Rameau zijn de gegevens schaars en niet altijd betrouwbaar. Zelf liet hij zich daar weinig over uit. Hij leidde een nogal onvast bestaan als organist in diverse steden. Pas vanaf zijn veertigste verwierf hij nationale en internationale faam, aanvankelijk als theoreticus, later ook als componist. De daarvoor ontstane en bewaarde composities zijn beperkt tot een bundel klavecimbelmuziek, uitgegeven in 1706, en enkele Latijnse motetten en profane Franse cantates, gecomponeerd tussen 1714 en 1722. Deze periode werd afgesloten met de definitieve redactie van zijn baanbrekend theoretisch geschriftTraité de l’harmonie réduite à...

  5. De mens – De theoreticus – De componist (pp. 37-48)

    Het blijft problematisch een historische figuur als persoon te karakteriseren. Rameau vormt hierop geen uitzondering. Er zijn heel wat eigentijdse getuigenissen, maar hun objectiviteit (en dus betrouwbaarheid) ligt niet altijd voor de hand. Vaak zijn ze immers ontstaan in een polemische context en komen ze van uitgesproken voor-of tegenstanders. Voor wie met deze context rekening houdt, blijft het tot op zekere hoogte toch mogelijk een beeld te vormen van de mens en de persoon Jean-Philippe Rameau.

    Over zijn fysieke verschijning zijn de bronnen eensgezind: hij was een langere, magere man, “eerder een spook dan een mens” (“il ressemblait plus à...

  6. 1683-1733
    • De klavecimbelmuziek (pp. 51-68)

      Rameau verzamelde zijn originele muziek voor klavecimbelsolo in drie bundels, uitgegeven in 1706, 1724 en 1726/27. In 1741 bewerkte hij voor klavecimbelsolo enkele delen uit de Pièces en concerts voor klavecimbel en twee melodie-instrumenten. Hij publiceerde de arrangementen onder de titelCinq pièces pour clavecin seul. Uit 1747 dateert nog een laat werkje,La Dauphine, het enige klavecimbelstuk van Rameau dat als autograaf bewaard bleef (Parijs, Bibliothèque Nationale, Rés. Vm7.550(1). Het is een gelegenheidswerkje, gecomponeerd naar aanleiding van het huwelijk van de Dauphin Louis-Ferdinand met Maria Josepha van Saksen.

      We bespreken hier de drie bundels klavecimbelmuziek. De transcripties van de...

    • Religieuze muziek: HET MOTET (pp. 69-75)

      In de Franse religieuze muziek van de barok was het belangrijkste genre het motet (le motet) op een Latijnse psalmtekst. Het gaat terug tot de tweede helft van de vijftiende eeuw, toen Nederlandse polyfonisten als Josquin des Prez en Pierre de la Rue zich aangetrokken voelden door de emotioneel geladen taal van de psalmen. Tot de beroemdste voorbeelden behoort Josquins monumentale psalmMiserere mei Deus, in 1503/04 gecomponeerd op speciaal verzoek van zijn broodheer, hertog Ercole I d’Este van Ferrara. Dit meesterwerk munt uit door een ongekende uitdrukkingskracht, dankzij de nadrukkelijke terugkeer tussen elk vers van de kernidee “Miserere mei,...

    • De cantate (pp. 77-82)

      De cantate was in Frankrijk een Italiaans import, maar net als de opera er in de tragédie lyrique eigen accenten kreeg, werd ook de Italiaanse cantata da camera omgevormd tot een typisch Frans product: decantate françoise. De invloed van Italië bleef evenwel onmiskenbaar aanwezig. De Franse cantate kende een hoogtepunt in de eerste helft van de achttiende eeuw toen, ondanks de aanhoudende controverse tussen de Franse en de Italiaanse smaak, de goût réuni zowel bij de componisten als bij het publiek steeds meer in de gunst kwam. Als de meest verfijnde vorm van vocale kamermuziek kwam zij tot bloei...

  7. 1733-1764
    • De genres van het Franse muziektheater (pp. 85-102)

      27 april 1673 kan beschouwd worden als de geboortedatum van de nationale Franse opera: toen ging in ParijsCadmus et Hermionevan Jean-Baptiste Lully in première. De Franse opera werd van meet af aan tragédie en musique genoemd, later ooktragédie lyrique. De terminologie verwijst naar het gesproken theater, detragédievan auteurs als Pierre Corneille en Jean Racine. De gedeclameerde tragedie was immers een van de voornaamste theatervormen die model stonden voor de opera. Daartoe behoren tevens hetballet de cour, de tragédie ‘avec’ musique ofpièce à machine, de comédie-ballet en de pastorale. De tragédie en musique van...

    • Querelle des bouffons (pp. 103-106)

      De Querelle des bouffons is een beroemde esthetische strijd tussen de Italiaanse en de Franse muziek die de Parijse gemoederen verhitte tussen 1752 en 1754. De aanleiding vormde de uitvoering, op 1 augustus 1752, van het Italiaanse intermezzoLa serva padronavan Giovanni Battista Pergolesi. Zes jaar voordien was dit werkje al uitgevoerd in Parijs, zonder enige ophef – en ook zonder succes. Nu bleek de tijd rijp om enkele opgekropte veten uit te vechten, overwegend met de pen, sporadisch met de wapens in duels. In de jaren 1753-54 verschenen meer dan zestig publicaties van diverse aard voor of tegen de...

    • Tragédie lyrique (pp. 107-133)

      Rameau componeerde vijf tragédies lyriques:Hippolyte et Aricie(1733),Castor et Pollux(1737),Dardanus(1739),Zoroastre(1749) enLes Boréades(1763). Lully’s operatype bleef een halve eeuw na diens overlijden nog steeds het ideale na te volgen model. Rameau sloot zich bij die prestigieuze traditie aan, maar voerde een aantal wijzigingen en vernieuwingen door. Die waren voor sommige tijdgenoten zo ingrijpend dat er na de opvoering vanHippolyte et Aricieeen hevige strijd losbarstte tussen de aanhangers van Lully (Lullistes) en de verdedigers van Rameau (Ramistes). De Lullisten verweten hem Lully’s concept van de tragédie te hebben verraden, de Ramisten...

    • Opéra-ballet (pp. 135-153)

      Na de controverse die in 1733 was gerezen bij de uitvoering vanHippolyte et Aricie, Rameaus eerste tragédie en musique, liet hij het genre even rusten en waagde hij zich aan de populaire opéra -ballet, die intussen geëvolueerd was tot het ballet héroïque: in 1735 componeerde hijLes Indes galantes. De opéra-ballet zou hem nog meer dan een decennium blijven boeien: in 1739 volgdeLes Fêtesd’Hébé, in 1745 schreef hij LesFêtes de Polymnie en Le Temple de la Gloire, in 1747Les Fêtes de l’Hymen et de l’Amouren in 1748Les Surprises de l’Amour. Deze werken vormen...

    • Tragédie lyrique (pp. 155-178)

      Libretto: jp.rameau.free.fr en livretsbaroques. fr (de tweede versie, 1754).

      Partituur: Op de website IMSLP. org zijn twee versies (1737 en 1754) van eigentijdse uitgaven beschikbaar:

      (1) De eerste versie van 1737. Ook aanwezig inJ.P.Rameau.Oeuvres complètes, dl. 8, uitg.

      door Auguste Chapuis, Parijs, 1903.

      (2) De herwerkte versie van 1754.

      CD: solisten, Les Arts Florissants, o.l.v. William Christie (Harmonia Mundi HMX 2908613-15 -1992, heruitgave 2011). Christie volgt de originele versie van 1737 – Er is een selectie uit deze opname beschikbaar (Castor & Pollux. Choeurs et danses) op Harmonia Mundi HMA 1951501.

      DVD: solisten, koor van de Nederlandse Opera, Les...

    • Kamermuziek (pp. 179-190)

      Het solorepertoire van de Franse barok is vooral te vinden in muziek voor luit (17deeeuw) en klavecimbel (vanaf ca. 1650). Op het einde van de eeuw groeide de interesse voor kamermuziek voor solo-instrument(en) en basso continuo, onder meer voor viola da gamba. Als hoogtepunt van dit typisch Franse repertoire geldt het werk van Marin Marais. Tussen 1685 en 1725 verschenen van hem vijf bundels met ca. vijfhonderdvijftig composities voor basgamba en basso continuo. Een van de vroegste bijdragen tot de typisch Italiaanse triobezetting was de uitgave, in 1692, van Marais’Pièces en trio pour les flûtes, violon et dessus...

    • Comédie lyrique (pp. 191-204)

      De comédie lyrique of comédie en musique is de tegenpool van de tragédie lyrique : komische personages vervangen de tragische figuren De thematiek en de algemene toon sluiten grotendeels aan bij de gesproken comédie. Humor, parodie en satire waren het bevoorrechte terrein van het Théâtre de la Foire en het Théâtre Italien. In zijn eerste drie tragédies lyriques (Cadmus et Hermione,Alceste en Thésée, 1673-1675) had Lully nog komische scènes ingelast, maar vanaf 1676 (Atys) niet meer. Komische opera’s behoorden niet tot het courante repertoire van de Opéra en het hof. Tot aan Rameaus comédie lyriquePlatéeuit 1745, die...

    • Acte de ballet (pp. 205-210)

      In 1748 begon Rameau interesse te vertonen voor een nieuw genre: de acte de ballet. Hij componeerde er acht tussen 1748 en zijn sterfjaar 1764. Pygmalion, zijn eerste bijdrage, wordt algemeen beschouwd als zijn meesterwerk binnen het genre. Daarna volgden: La Guirlande (1751), Les Sybarites (1753), Anacréon (1754), La Naissance d’Osiris (1754). Ongedateerd zijn Nélée et Myrthis, Zéphire en Io. Pygmalion was een bestelling van de directie van de Parijse opera, die te kampen had met financiële problemen en een theaterstuk wenste waarin het alom geliefde ballet een ruim aandeel had. Rameau zou Pygmalion in acht dagen gecomponeerd hebben. Het...

    • Pastorale héroïque (pp. 211-213)

      Vanaf 1748, het jaar van zijn eerste acte de balletPygmalion, toonde Rameau ook belangstelling voor het genre van de pastorale héroïque, de lichtere versie van de tragédie lyrique. Vier composities betitelde Rameau als pastorale héroïque:Zaïs(1748),Naïs(1749),Acanthe et Céphise(1751) enDaphnis et Eglé(1753). Terwijl de tragédie lyrique vijf bedrijven bevat, varieert in de pastorale héroïque het aantal tussen één en vier. Soms is er een proloog, soms ook niet. Naast herders en herderinnen, de typische personages van de pastorale, treden ook helden en goden op – vandaar de toevoeging “heroïque”. Vaak zijn goden of verwante...

    • Tragédie lyrique (pp. 215-224)

      Pas tien jaar na Dardanus componeerde Rameau zijn vierde tragédie lyrique: Zoroastre. In het tussenliggende decennium 1739-1749 had hij zich toegelegd op andere, uiteenlopende theatergenres: comédie-ballet, comédie lyrique, opéra-ballet, pastorale héroïque en acte de ballet. Vanaf 1745 werd Louis de Cahusac zijn bevoorrechte librettist. Hij schreef zeven libretti voor Rameau, onder meer Zoroastre. Het hoofdpersonage is Zarathoustra of Zoroaster, de Perzische religieuze hervormer uit de zevende eeuw voor Chr. Zijn leer over het dualisme tussen goed en kwaad is bekend als mazdeïsme. Het onderwerp was niet volledig onbekend in het muziektheater, onder meer in het oeuvre van Alessandro Scarlatti en...

  8. Tot besluit (pp. 225-230)

    In de geschiedenis van de Franse muziek werd 1 oktober 1733 een cruciale datum: op die dag vond de première plaats vanHippolyte et Aricie, Rameaus eerste tragédie lyrique. Hij was toen vijftig jaar. In 1722, toen hij zich na een zwervend bestaan als organist definitief in Parijs had gevestigd, was hij op slag beroemd geworden, dankzij de uitgave van zijn theoretisch geschriftTraité de l’harmonie réduite à ses principes naturels. Tussen 1722 en 1733 was er weinig gebeurd dat echt ophef maakte. Rameau leverde enkele (niet bewaarde) bescheiden bijdragen tot het repertoire van de Théâtre de la Foire, hij...

  9. Literatuur (pp. 231-233)
  10. Terminologie (pp. 235-240)
  11. Index van namen (pp. 241-248)
  12. Index van werken van Rameau (pp. 249-252)
  13. Back Matter (pp. 253-256)