Access

You are not currently logged in.

Login through your institution for access.

login

Log in to your personal account or through your institution.

Congo in België

Congo in België: Koloniale cultuur in de metropool

Vincent Viaene
David Van Reybrouck
Bambi Ceuppens
Volume: 10
Copyright Date: 2009
Pages: 352
Stable URL: http://www.jstor.org/stable/j.ctt9qf1wc
Find more content in these subjects:
  • Cite this Item
  • Book Info
    Congo in België
    Book Description:

    België schiep Congo, maar schiep Congo ook België? In hoeverre werd het 20ste-eeuwse België voor een stuk gevormd door zijn kolonie? Die vraag stelde de toonaangevende Congolese historicus Isidore Ndaywel enige jaren geleden. Deze interdisciplinaire bundel biedt een antwoord. Hij belicht de invloed van de kolonie op de Belgische cultuur en samenleving, van hoog tot laag. Want kolonialisme is geen eenrichtingsverkeer. In Tervuren, bij nationale optochten en in klaslokalen zie je hoe Congo België mee inkleurde. Maar ook in de politiek, de media en de kunsten. Het gaat evengoed om de nesteling van Congo in de massacultuur van missieverhalen en speelfims, in de samenstelling van Belgische gezinnen of in de herinneringen van gewone mensen aan de voormalige kolonie. Het boek vormt zo een kaleidoscoop van het verschil dat Congo – en de Congolezen – maakten in de Belgische geschiedenis.

    eISBN: 978-94-6166-023-7
    Subjects: History
    × Close Overlay

Table of Contents

Export Selected Citations
  1. Front Matter (pp. 1-4)
  2. Table of Contents (pp. 5-8)
  3. INLEIDING
    • Koloniale cultuur in de Belgische metropool (pp. 11-28)
      Vincent Viaene, David Van Reybrouck and Bambi Ceuppens

      Terugblikkend kan het afgelopen decennium als een tijd van vereffeningen en verrassingen beschouwd worden in de omgang van België en Congo met hun gedeelde koloniale verleden. In 1998 vond de Amerikaanse auteur Adam Hochschild ternauwernood een uitgever voor zijnKing Leopold’s Ghost. A story of greed, terror and heroism in Colonial Africa, dat in de loop van de volgende jaren uitgroeide tot een bestseller. Hochschilds verhaal over de harteloze exploitatie van Congo door Leopold II en de humanitaire campagne die Edmund Morel en Roger Casement ertegen in het getouw brachten, bevatte geen nieuwe onthullingen en presenteerde een weinig gelaagde interpretatie...

    • Koloniale geschiedenis en Congo (pp. 29-40)
      Jan Vansina

      Het verleden van de Congo Vrijstaat en van Belgisch Congo wordt gewoonlijk op twee verschillende manieren benaderd: vanuit het standpunt van de koloniale geschiedenis van België of vanuit dat van de geschiedenis van Congo. In het brandpunt van het eerste staan de handelingen en plannen van de kolonisatoren, en van het andere de ervaringen die de Congolezen hebben ondergaan. De meeste historici zijn vertrouwd met het verschil tussen de twee benaderingen, maar vinden dit van zeer ondergeschikt belang omdat de twee benaderingen, grotendeels op precies dezelfde inhoud zouden teruggaan. Deze opvatting, denken wij, is fout. Het verschil tussen een koloniale...

  4. DEEL I IMPERIALE PROJECTEN
    • Reprise-remise De Congolese identiteitscrisis van België rond 1908 (pp. 43-62)
      Vincent Viaene

      15 november 1908: op een grijze Leopoldsdag werd België meester van Congo. Het was een overname zonder toeters of bellen. Geen stoet trok door de straten, geen krant waagde het de driekleur te ontvouwen, geen huis werd verlicht. Van het duizendtal telegrammen dat naar gewoonte in Laken toestroomde met gelukwensen voor het feest van de dynastie, waren er niet meer dan 200 die Congo vermeldden. Leopold II, nog steeds verbolgen omdat ‘ze’ hem ‘zijn Congo afgepakt hadden’, verbood uitdrukkelijk om op de kolonie te alluderen in de antwoorden.La reprisewas een paar maanden eerder gestemd in het parlement, na...

    • Congo in de Belgische zelfrepresentatie (pp. 63-80)
      Tom Verschaffel

      Nationale identiteit is een zaak van zelfbeelden en representaties. Zeker na 1830 heeft België sterk de noodzaak gevoeld zijn eigen bestaansrecht te ondersteunen met een discours waarin het zijn eigenheid poneerde en beargumenteerde. Hoewel de overheid deze onderneming uiteraard ondersteunde, was zij niet zonder meer ‘officieel’. Zij werd grotendeels gedragen door historici, literatoren en kunstenaars, die geïnspireerd werden door het nationale enthousiasme. Veel inspanningen waren gericht op de historische legitimatie van het ‘nieuwe maar toch oude’ vaderland. Daaraan werd gewerkt op twee fronten, dat van de geschiedschrijving en dat van de brede historische cultuur. Enerzijds ging het er immers om...

    • Congo als clou van het moderne België De kolonie op de Belgische Wereldtentoonstellingen (1910-1935) (pp. 81-94)
      Kurt Guldentops

      Wanneer men alle producten en ontwikkelingen uit de gehele wereld wil bijeenbrengen om ze op één plaats aan het publiek voor te stellen lijkt het aangeraden om systematisch te werk te gaan. Dat is inderdaad wat de organisatoren van de allereerste wereldtentoonstelling deden. Deze werd gehouden in het jaar 1851 in Londen, de hoofdstad van de eerste industriele grootmacht, in het uit metaal en glas opgetrokkenCrystal Palace.De organisatoren van dezeUniversal Exhibitionstelden een alles omvattende ordening op waarin elk object, variërend van machines over grondstoffen tot kunstvoorwerpen, zijn welbepaalde plaats toegewezen kreeg. In de decennia na 1851...

    • Aller / retour? Bouwen en plannen in Kinshasa en Brussel (pp. 95-113)
      Johan Lagae

      In 2000 toerde de theatergroepKurumet een spraakmakende voorstellingBruxelles. Ville d’Afriquenaar Kinshasa, Frankijk en diverse plaatsen in België. De theatermakers presenteerden in het stuk een ‘herontdekking’ van het koloniale verleden die onder meer tastbaar werd gemaakt door een kritische lectuur van gebouwen en stedelijke ensembles in Brussel. Niet verwonderlijk speelde de koning-bouwheer Leopold II een sleutelrol in het stuk. De stadsverfraaiingen die hij in de Belgische hoofdstad had gerealiseerd zoals de nieuwe gevel van het koninklijk paleis of de triomfboog van deCinquantenaire,zo onderlijnde de theatertekst, waren stuk voor stuk betaald met de winsten uit de...

    • De impact van Congo in het Museum van Belgisch Congo in Tervuren (1897-1946) (pp. 115-130)
      Maarten Couttenier

      In 1936 publiceerde Henri Schouteden, de toenmalige directeur, voor het eerst zijn tweetaligeGeïllustreerde gids van het Museum van Belgisch Congo. Tot aan zijn pensioen in 1946 zouden zeven herdrukken volgen om het publiek een leidraad te bieden bij een bezoek. Als we een willekeurige bezoeker uit die periode bij het verlaten van het museum zou kunnen vragen naar de grootte van de impact van de kolonie op België, dan zou hij of zij die invloed naar alle waarschijnlijkheid maximaal hebben ingeschat. Alleen al de constructie van het museum op zich en de tentoonstelling van de schijnbaar oneindige collecties wezen...

    • ‘Van wildemannen, brave zwartjes en geëvolueerden’ Over de mogelijke impact van de Congoconnectie op het Belgische onderwijs (pp. 131-146)
      Marc Depaepe, Honoré Vinck and Frederik Herman

      De historiografische intentie die aan de grondslag ligt van voorliggende bundel is beslist heel waardevol, ook en vooral voor de pedagogische geschiedschrijving. Al teveel is de kolonisatie en de daaraan gekoppelde missionering, die in wezen zelf een educatieve betekenis had, als een soort eenrichtingsverkeer van Noord naar Zuid voorgesteld. Het hoeft evenwel geen betoog dat de crossculturele contactname met ‘de ander’ in Congo ook zijn invloed liet gelden op de psycho-pedagogische constructie van ‘het zelf’ in het moederland. Vandaar dat de geschiedenis van het onderwijs in de kolonie volgens ons moeilijk kan worden benaderd zonder de geschiedenis van de kolonie...

    • België in Congo, Congo in België Weerslag van de missionering op de religieuze instituten (pp. 147-166)
      Bram Cleys, Jan De Maeyer and Carine Dujardin en Luc Vints

      In 1908 verspreidden de Leuvense katholieke jongerenverenigingen Sint-Albertus Patroonschap en Kring van Jonge Werklieden een grote kalender voor het jaar 1909, een uitgave van het Sint-Pauluswerk, dat zich inzette voor de ‘goede pers’. Centraal op de prent staan een missionaris en een militair hand in hand voor een kruis met Christus, dat lijkt over te gaan in een palmboom. Voor beide mannen knielen drie Afrikanen met gebroken boeien; rechts vlucht een Arabische slavenhandelaar weg, nog een stel boeien en een zweep in de hand. Beneden omringt een tekstband met ‘Het beschavend Belgenland’ een portret van koning Leopold II (1835/1865-1909). Op...

  5. DEEL II KOLONIALE ONTMOETINGEN IN DE METROPOOL
    • Congo in de populaire cultuur (pp. 169-182)
      David Van Reybrouck

      En mo joene toch! Congo, da’s etwa van de latste joaren! Da bestoend nog nie in oezen tied. Da was do vroeger nieë!” (Maar jongen toch, Congo, da’s iets van de laatste jaren! Dat bestond nog niet in onze tijd. Dat was daar vroeger niet!) Aan het woord is Agnès, 91 jaar. Ze woont in het rusthuis Ter Potterie in de Brugse binnenstad en behoort tot een van de meest opgewekte bewoners van de hele instelling. Met gemak kan ze over eender welk onderwerp een aardig mondje meekouten, maar als ik haar naar Congo vraag, valt ze helemaal stil. “Me...

    • De kolonie als consumptiegoed (pp. 183-202)
      Wendy Morris

      De prentenalbums over koloniale onderwerpen die in de jaren veertig en vijftig door voedselproducenten als Jacques, Anco en Liebig werden gemaakt, alsook de etiketten op voedingsproducten die verwezen naar kolonisatieprocessen, deden de kolonie op de Belgische keukentafel belanden. De ontdekking van het geïllustreerde verzamelprentje, verborgen in de verpakking van de producten, was in zekere zin een nabootsing van de ontdekkingen die werden gedaan door de vaak afgebeelde ‘pioniers’ van de koloniale veroveringen. Plaatjes van de Congolese bevolking, van de Congolese flora en fauna of van pas ontdekte tropische ziektes die waren overwonnen door het Belgische koloniale bestuur, maakten van elke...

    • ‘Een Congoleesche werpspeer en een brok rubber, die onder’s konings neus neergelegd waren’ Koloniale bedenkingen bij Willem Elsschot en Gaston Burssens (pp. 203-214)
      Matthijs de Ridder

      Er is opmerkelijk weinig geschreven over de Vlaamse koloniale en postkoloniale literatuur. Incidentele studies over Congo-romans en aanzetten tot de geschiedenis van de Vlaams-Congolese letteren niet te na gesproken, is de aandacht die er in Vlaanderen is voor deze literatuur, niet te vergelijken met de studie naar de Nederlandse Indië-romans of de bloeiende wetenschap die zich bezighoudt met alle mogelijke vormen van koloniale en postkoloniale letteren in de Angelsaksische wereld. Zeker in vergelijking met deze laatste discipline, staat het Vlaamse koloniale literatuuronderzoek nog in zijn kinderschoenen. Dat heeft ook tot gevolg dat het discours over de koloniale literatuur nog niet...

    • Koloniale kunst Een herontdekking van gedeeld cultureel erfgoed? (pp. 215-230)
      Sabine Cornelis

      Congo 1885, l’ombre de l’ombre(afb. 1) toont op een verticaal oppervlakte de schaduw van een doorschijnende man voor levensloze lichamen en een kruis dat het opschrift ‘Congo 1885’ draagt. Hebben we hier te maken met een evocatie van het menselijke leed en de onaanvaardbare prijs die betaald werd voor de verovering en exploitatie van Congo? 1885 is immers het jaar van de Conferentie van Berlijn en de creatie van de Onafhankelijke Congostaat. Het ontvlambare lichaam, samengesteld uit ontelbare lucifers, dat tezelfdertijd sterk en fragiel is, kan echter net zo goed uitdrukking geven aan het leed, de woede en het...

    • Een Congolese kolonie in Brussel (pp. 231-250)
      Bambi Ceuppens

      In Kinshasa staat een huis,Ndako ya biso(ons huis in Lingala) voor straatkinderen die het zelf die naam hebben gegeven. In Antwerpen stond vanaf 1920 een huis met dezelfde naam voor Congolese matrozen in België, maar die bleven er grotendeels weg. In 1950 opende deUnion Congolaiseeen ontmoetingsruimte in Brussel dat zijn leden volgens een artikel inLe Soir Illustrévan 27 maart 1952N’daka ya na bissu(sic) noemden. Congolezen waren toen veel minder talrijk in België dan straatkinderen dat zijn in Kinshasa nu. Structureel was hun situatie echter evenzeer een anomalie en daarom stonden discussies over...

  6. DEEL III EEN ‘BELGISCH-CONGOLESE GEMEENSCHAP’?
    • Een Congolees aan de Franse Rivièra Het ‘succesverhaal’ van Bongolo en de negerprinses (1952) (pp. 253-270)
      Leen Engelen

      Na de Tweede Wereldoorlog ging de kolonie in steeds belangrijker mate deel uitmaken van het Belgisch familieleven van alle dag: briefwisseling met ‘nonkel pater’ in Congo, missietentoonstellingen, postkaarten met Congolese taferelen, verzamelobjecten, radioprogramma’s, koloniale tentoonstellingen en filmvoorstellingen zorgden voor frequente contacten met de kolonie. Deze officiële, commerciële en artistieke representaties van de kolonie en de kolonisatie staan nu in het centrum van de belangstelling van de koloniale geschiedenis. Deze beperkt zich, in navolging van de Britse en Franseimperial history, ook in België niet langer tot een geschiedenis vangreat men en événements fondateurs,maar onderzoekt tevens de impact van...

    • Binnenste-buitenland De Belgische kolonie en de Vlaamse buitenlandberichtgeving (pp. 271-282)
      Geert Castryck

      Enkele invloedrijke Vlaamse journalisten zijn vroeg in hun carrière door de Congo-microbe gebeten. Louis De Lentdecker reisde in 1955 in opdracht vanDe Standaardmee met de Belgische koning Boudewijn I. Manu Ruys coverde voor dezelfde krant de Congolese onafhankelijkheid en de aanloop ernaar. VRT-journalist Walter Zinzen werd kort na de onafhankelijkheid Congo-adept. Marc Reynebeau, achtereenvolgens journalist bijKnackenDe Standaard, werd er geboren. Ondanks de bepalende stempel van Belgisch Congo op hun persoonlijke ontwikkeling, is elk van hen vooral bekend geworden omwille van binnenlandse berichtgeving. Ze zijn minstens even bekend omwille van hun – uiteenlopende – meningen over Belgische communautaire...

    • Go-between tussen twee culturen Jef Van Bilsen en de overgang van een koloniaal naar een ontwikkelingsbeleid (pp. 283-298)
      Godfried Kwanten

      Anton Jozef (Jef) Van Bilsen (1913-1996) was een non-conformistische, wat tegendraadse persoonlijkheid. Hij vertolkte soms profetische standpunten die bij tijdgenoten onbegrip of ergernis opwekten, maar waarmee hij post factum vaak zijn gelijk haalde. Zijn ‘afwijkende’ visie betrof eerst de evolutie in Belgisch Congo in de jaren 1950. Een onafhankelijke, journalistieke benadering, gekoppeld aan een grondige kennis en gedegen objectief-wetenschappelijke analyse van opinies en toestanden in Belgisch Congo brachten hem tot de overtuiging dat de onafhankelijkheid van Congo wenselijk en onafwendbaar was. Later zou Van Bilsen, vanuit eenzelfde klare kijk op de toestand in het onafhankelijke Congo en op de relatie...

    • ‘Un panorama de nos valeurs africaines’ Belgisch Congo op Expo 58 (pp. 299-312)
      Sarah Van Beurden

      De snelle dekolonisatie van Congo was voor veel Belgen moeilijk verzoenbaar met het wonderlijke beeld dat ze hadden gekregen van de Belgische verwezenlijkingen in de kolonie op de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958. België had zijn uiterste best gedaan om op de Expo het uitzonderlijk welslagen van het Belgische koloniale beleid te tonen. Toch was de stijgende spanning tussen België en haar kolonie voelbaar in zowel de voorbereiding als de uitvoering van de Expo. Dit artikel beschrijft de scheurtjes die ontstonden in België’s relatie met Congo en haar inwoners tijdens Expo 58, en de manier waarop deze kleine conflicten de...

  7. NAWOORD
    • Lex perfecta, praecepta recta Mediteren over bemiddelen (pp. 315-334)
      Valentin Mudimbe

      Charles stelde dat China niet definitief zou wachten terwijl zijn Confucianisme zich verder ontwikkelde, dat India bewoog en dat Afrika zichzelf zichtbaar aan het veranderen was. Vandaar de nood om samen met alle macht te reageren.

      Charles ontwikkelde deze ideeën tijdens de jaren twintig, maar ze werden pas gepubliceerd tijdens de jaren vijftig. Op dat moment had China zich inderdaad bekeerd, zij het tot het communisme en niet tot het christendom, had India gekozen voor een politiek van niet-gebondenheid als tussenweg tussen kapitalisme en communisme, en roerden zich in Afrika bewegingen voor politieke autonomie. Wat kan Charles’ oefening in intellectuele...

  8. Bibliografische noten (pp. 335-350)
  9. Over de auteurs (pp. 351-352)